header image
Home arrow Databank arrow Teksten arrow Jaarboek 2004 - Kroniek van de gemeente Wingene
Jaarboek 2004 - Kroniek van de gemeente Wingene Print
De huidige gemeente Wingene omvat de twee deelgemeenten Zwevezele en Wingene.  De gemeentefusies waren ingegeven door bestuurstechnische redenen.  Maar de fusie bracht in ons geval twee gemeenten (voor de Franse revolutie twee parochies) samen met een zelfde ontstaansgeschiedenis en in de loop der tijden veel raakpunten.  We vatten de geschiedenis van de fusiegemeente op als een kroniek.  We belichten een aantal belangrijke feiten, zonder er een vloeiend (en te lang) verhaal van te maken.

Onze gemeente ligt op de overgang van zandig en zandlemig Vlaanderen.  De scheidingslijn loopt ongeveer even ten noorden van de denkbeeldige verbindingslijn van de twee dorpskerken.  Ten noorden hiervan lag het heidegebied van het aloude Bulskampveld en werd maar ontgonnen vanaf de dertiende eeuw.  De eerste bewoning vinden we ten zuiden van deze lijn.  De toponiemen “...couter” en “...acker” verwijzen naar respectievelijk Romeinse en Germaanse bewoning.  Denken we maar aan Ter Couttere, Couterdam, Cappelacker, Wateracker, ... voor Zwevezele en voor Wingene: de Lentacker, de Heckekouter, de Ratelingacker, ’t Couterken, Lavoordeacker, Westacker, ...


 Het ontstaan van beide parochies dient gezocht te worden bij de Heilige Amandus, prediker in onze streek omstreeks 640.  Hijzelf en de abdij die hij gesticht had kregen van de Franse koningen tal van gronden.  In 821 werd Wingene hierbij expliciet vermeld.  De oudste renteboeken van Zwevezele maken melding van het kerkleen van Wingene en lenen van St.-Amandsche in Zwevezele.  Belangrijk in deze bewijsvoering is dat deze vooral gelegen waren in het centrum van Zwevezele.  De patroonheiligen van de kerken verwijzen eveneens naar dit zelfde ontstaan.  Voor Wingene werd dit Sint-Amandus zelf en voor Zwevezele Sint-Aldegondis, één van de eerste volgelingen van Amandus.


Na de invallen van de Noormannen (800 – 1000) ontwikkelde de feodale structuur zich ten volle.  Belangrijke heerlijkheden waren Ayshove (werd de dorpsheerlijkheid van Zwevezele), ter Couttere, te Watere, Sint-Amandsche (dorpsheerlijkheid van Wingene, ging altijd samen met de volgende), ‘t Hof van Wingene, Poelvoorde, Wildenburg, het Hauweelsche en voor beide parochies de Prinselijke Ammanie van Tielt.  Om zijn graafschap beter te kunnen besturen verdeelde de graaf zijn grondgebied op in verschillende kasselrijen.  Zowel Zwevezele als Wingene lagen op de grens van de Kasselrij Kortrijk (telkens ongeveer 80 %) en het Brugse Vrije.


De dorpsheren bepaalden in grote mate het aangezicht van onze parochies.  Tal van belangrijke geslachten mochten zich heren van Zwevezele en Wingene noemen: van Lichtervelde, van Halewijn, Luucx en van Haveskercke voor Zwevezele en voor Wingene: van Winghene, van Poucke, de Gramez, van Haveskercke, van Schoore en de Croix.  We lichten er de familie van Haveskercke even uit.  Bij het begin van de zeventiende eeuw werden de broers Jan en Jacob van Haveskercke door huwelijk heren van Wingene en Zwevezele.  Hun nakomelingen waren gedurende een eeuw voor Wingene en anderhalve eeuw voor Zwevezele de dorpsheren.  Bovendien waren er tussen deze nakomelingen verschillende huwelijken.  Jan van Haveskercke verkreeg in 1632 dat Wingene verheven werd tot baronie.  Omwille van de belangrijkheid van dit geslacht voor Zwevezele en Wingene werd hun familiewapen na de fusie gekozen als gemeenteschild.  In het zog van deze heren werden twee families toonaangevend voor Zwevezele en Wingene: Bousson en dela Fonteine.


Een van de zwartste periodes voor onze parochies was de tijd van de godsdienstoorlogen (1566 – 1610).  Ze werden achtereenvolgens geteisterd door de repressie van Alva, (1567), de plunderingen van de radicale Gentse calvinisten (1577-1583), de herovering van onze gewesten door de Malcontenten en de Spaanse legioenen (1580) en de strooptochten van de Staatse vrijbuiters vanuit Sluis en Oostende (1585-1610).  Deze ellende werd nog vergroot door tal van besmettelijke ziekten (o.a. difterie en de pest).  Het gevolg was dat de bevolking meer dan gehalveerd werd (gevlucht of overleden) en vele materiele voorzieningen vernietigd waren.  Ondermeer de beide dorpskerken, molens, vele huizen, het kasteel van Zwevezele, ... werden in brand gestoken of totaal verwoest.

Kaart uit 1636 van Winghene en Swevezele:

Image


Tijdens de tweede helft van de 17de  eeuw werd onze streek opnieuw te vuur en te zwaard gezet.  De Franse zonnekoning Lodewijk XIV bracht ons weinig zon, maar veel verderf: vernielingen, ziekten (o.a. weer de pest), hoge belastingen, opeisingen en hongersnood.  Vanaf 1668 tot 1678 lagen Zwevezele en Wingene op het grensgebied van de Spaanse en de Franse gebieden daar de Kasselrij Kortrijk ingelijfd was bij Frankrijk.


De feodale structuren werden afgeschaft met de Franse revolutie.  De Fransen installeerden een volledig nieuw bestuur.  De kerkelijke instellingen werden eerst afgeschaft en later hervormd.  De parochies werden omgevormd tot gemeenten.  Verder waren er hervormingen van de maten (de invoering van het tiendelig stelstel), de belastingen (rechtstreekse belastingen ten voordele van de staat en niet meer t.a.v. de heren van de verschillende heerlijkheden), de wetgeving (de Code Napoleon) en de rekrutering van soldaten.  Al deze veranderingen in korte tijd stootten op veel verzet (de Boerenkrijg), maar dit verzet kon voorlopig niet op tegen het Franse overwicht.  Het is verwonderlijk dat na de val van Napoleon in 1814 nabij Waterloo, na slechts 20 jaar Franse overheersing, bijna alle hervormingen overeind bleven.


Een kleine halve eeuw later, vanaf 1845, werd onze gemeente geconfronteerd met een andere revolutie: de industriële.  De bevolking bestond tot dan grotendeels uit huisnijveraars. Maar zij konden niet langer concurreren met de machineproducten en geraakten aldus zonder werk en inkomen.  Daarenboven werd de streek in dezelfde tijd geteisterd door de aardappelplaag,  een paar slechte zomers en een aantal besmettelijke ziekten.  De combinatie, die in onze streek het zwaarst toesloeg, leidde tot ontberingen en hongersnood.  Vanaf dit ogenblik begon het bevolkingsaantal van onze gemeenten te dalen.  Sommigen emigreerden tijdelijk (de trimards), maar velen vertrokken naar de grote industriële bekkens (Gent, Luik en het noorden van Frankrijk).  Later kwam daar nog de emigratie naar Noord-Amerika bij.


In de twintigste eeuw kwam het oorlogsgevaar eens niet uit het zuiden, maar uit het oosten.  Duitsland overrompelde tweemaal een tijdlang onze gewesten.  De eerste wereldoorlog eiste veel soldatenlevens en de tweede wereldoorlog verscheurde onze gemeente ten gevolge van de collaboratie.  We mogen stellen dat bijna elke familie in onze gemeente geconfronteerd werd met een familiedrama.


In 1976 werd beslist dat Zwevezele en Wingene dienden te fusioneren.  De burgemeesters van de fusiegemeente tot op heden waren Willy Persyn en Hendrik Verkest.


Voor de heemkundige kring “Ons Wingene”, 2004
André Vandewiele en Jo Patteeuw