|
Kandidaat: De bekendste Wingenaar Maurice Van der Bruggen Deze adellijke familie telde verschillende voor Wingene belangrijke personen. Uiteindelijk kozen we voor de roemrijkste, nl. Maurice Van der Bruggen. De familie Van der Bruggen verwierf de adeltitel op 27 mei 1660 en de riddertitel op 29 mei 1667. Hun wapenspreuk luidt “Qui mieux fait, mieux vaut” (Wie beter doet, is meer waard). De familie belandde te Wingene na het huwelijk van Gentenaar Frederic-Charles Van der Bruggen met Georgine de Nayer in 1840. Zij was erfgename van 750 hectare grond in Wildenburg. Het echtpaar kreeg 7 kinderen, van wie Charles en Maurice de belangrijkste zijn.
Tijdens zijn kinderjaren verbleef Maurice vooral te Gent om tijdens de vakanties regelmatig in Wildenburg te vertoeven. In 1860 had vader Frederic een nieuw kasteel gebouwd aan de overkant van de weg waar het aloude Blauwhuis stond. In 1870 kreeg Frederic de erfelijke baronstitel van koning Leopold II. Maurice volgde middelbaar onderwijs aan het St.-Barbaracollege te Gent en het collège Notre-Dame de la Paix te Namen. Daarna begon hij rechten te studeren aan de K.U. Leuven, waar hij in 1872 afstudeerde. Zijn oudste broer Charles, gehuwd in 1868, erfde de beide kastelen en de meeste gronden te Wingene, terwijl Maurice de familiebezittingen te Gent en een stuk grond te Wingene kreeg. Maurice werd beroepshalve advocaat bij het Hof van Beroep te Gent en trouwde in 1877 met burggravin Clothilde-Marie-Joseph. Het echtpaar bleef kinderloos. De tragische moord op zijn broer Charles in april 1875 bracht echter een grote ommekeer in zijn leven. Gezien deze achtereenvolgens gemeenteraadslid en burgemeester (1871) van Wingene en provincieraadslid voor het kanton Ruiselede (1872) geworden was, verhuisde Maurice in 1878 van Gent naar Wingene om de politieke rol van zijn broer verder te zetten. In 1880 liet hij de kasteelhoeve ‘Les Fougères’ (De varens) bouwen waar hij tal van landbouwexperimenten deed. Baron Maurice volgde dezelfde sociale politiek als zijn overleden broer en vader, door de realisatie te steunen van het St.-Theresiagesticht, de lagere school en de kerk die in 1897 parochiekerk St.-Joris werd. Hij werd tevens lid van de toezichtscommissie van de Hervormingsschool. In 1879 werd hij gemeenteraadslid en het volgende jaar provincieraadslid. Op 3 februari 1885 werd hij burgemeester van Wingene, een ambt dat hij 10 jaar lang zou bekleden. Door zijn toedoen werden de tramlijnen Hooglede-Tielt en Tielt-Brugge gerealiseerd. Ook het gemeentelijk wegennet werd in deze periode fel verbeterd. Hij zette zich ook in voor de uitbouw van de lagere scholen en de weefschool en was fel geïnteresseerd in alles wat landbouw te maken had. In 1888 werd Maurice verkozen tot volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Roeselare-Tielt. Hij zou die functie gedurende 23 jaar vervullen om op 8 augustus 1911 zijn ontslag in te dienen. Hoogtepunt van zijn politieke carrière was zijn aanstelling tot minister van landbouw, nationale gezondheid en de schone kunsten op 5 augustus 1899 in de regering de Smet de Nayer. In de loop der jaren heeft hij heel wat wetten kunnen laten stemmen die de boeren ten goede kwamen, o.m. de verhoging van de vleesprijs. In 1895 had hij het ambt van burgemeester van Wingene overgelaten aan Fernand Van der Bruggen, de oudste zoon van zijn vermoorde broer en was hij voortaan gedomicilieerd te Wielsbeke, waar de familie ook nog bezittingen had. In Wielsbeke richtte hij o.m. een samenwerkende melkerij en een landbouwstokerij op. Op 2 mei 1907 kwam een einde aan zijn ministerschap, maar hij bleef politiek actief, nu als senator i.p.v. de overleden senator Mulle de ter Schueren uit Tielt. Maurice Van der Bruggen stierf op 4 oktober 1919 en werd op 10 oktober begraven te Wielsbeke na de begrafenisplechtigheid in de Gentse St.-Baafskathedraal. Hij was verder ook groot-officier inde Leopoldsorde, kreeg het ordelint van de orde van de Leeuw en de zon, was lid van de congregatie van de Heilige Maagd en van het St.-Vincentius a Paulo genootschap. Kinderen en kleinkinderen van zijn neef Fernand zijn sindsdien en tot op heden actief gebleven in het reilen en zeilen van Wildenburg.
|